home home
Project/

Echt Bosserhof
Inventariserend proefsleuvenonderzoek, waarderende fase, op nieuwe locatie van verzorgingsplaats Bosserhof
back
download pdf Download Archol rapport


In het kader van de archeologische begeleiding van de aanleg van Rijksweg 73-Zuid heeft het Projectteam Archeologie Rijksweg 73-Zuid een programma van eisen (PvE) en ontwerp geschreven voor inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven in de gemeente Echt-Susteren.Het PvE is goedgekeurd door de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek.
Het onderzoek is onder begeleiding van het Projectteam Archeologie uitgevoerd door Archeologisch Onderzoek Leiden bv (Archol). Het object van onderzoek is een vindplaats gelegen in Echt, op de toekomstige locatie van verzorgingsplaats Bosserhof, direct ten oosten van de rijksweg A2.
Deze vindplaats is in de periode 2000-2001 ontdekt door amateurarcheoloog M. Ruijters. Uit de inventarisatie van zijn collectie is gebleken dat verspreid over het plangebied veel vondsten zijn gedaan van vuurstenen artefacten uit het Neolithicum. Daarnaast is ook prehistorisch, Romeins en middeleeuws aardewerk aangetroffen. Prospectief onderzoek door RAAP Archeologisch Adviesbureau (Raap) in 2005 heeft eveneens resten uit deze perioden opgeleverd. Aanwijzingen voor vondstconcentraties ontbraken toen echter.
Het doel van het inventariserend proefsleuvenonderzoek was inzicht te verkrijgen in de omvang, aard, ouderdom en fysieke kwaliteit van deze locatie ten behoeve van een waardebepaling. Daartoe zijn elf proefsleuven aangelegd (in totaal 3080 m2). De vindplaats ligt in de binnenbocht van een oude, fossiele Maasmeander. Aan de overzijde van de meander ligt een circa 2 m hoger gelegen terras. De overgang van de lage riviervlakte naar het terras was een aantrekkelijke locatie voor bewoning gedurende verschillende perioden.
Voorgaand onderzoek van RAAP wees uit dat de restgeul van de Maasmeander is verland in het Atlanticum. Gezien de gunstige landschappelijke ligging, werd er rekening mee gehouden dat ook resten uit het Mesolithicum aanwezig zouden kunnen zijn binnen het plangebied. Het proefsleuvenonderzoek van Archol heeft hier echter geen aanwijzingen
voor gevonden. De oudste resten binnen het plangebied dateren uit het Midden-Neolithicum. De restgeul was toen al geruime tijd verland, afgedekt met rivierafzettingen en dus niet meer te herkennen in het landschap. Het vondstmateriaal ligt niet meer in situ en bestaat, naast enkele scherven aardewerk en brokken natuursteen, vooral uit vuurstenen artefacten (n=47). De relatieve geringe resten uit het Neolithicum bevinden zich als losse vondsten in de top van deze afdekkende rivierafzettingen. Post-depositionele processen, zoals bioturbatie en vooral landbewerking (ploegactiviteiten), hebben sporen en een eventuele vondstlaag uit het Neolithicum volledig verstoord. Naast resten uit het Neolithicum zijn in de top van de rivierafzettingen en verspreid over het terrein tevens enkele losse scherven gevonden
uit de perioden Neolithicum-Bronstijd en IJzertijd en inheems aardewerk uit de Romeinse tijd. Het vondstmateriaal uit de prehistorie is over het algemeen sterk gefragmenteerd. De scherven zijn klein en broos. Alleen het duurzame (vuur)steen is redelijk geconserveerd.

Het proefsleuvenonderzoek heeft in het noordoosten van het plangebied tevens nederzettingssporen en vondstmateriaal opgeleverd uit de Late Middeleeuwen. De sporen bestaan uit een cluster kuilen en paalkuilen. De cluster bevindt zich tegen de oostelijke werkgrens van het onderhavig onderzoek. De samenstelling van sporen en vondsten lijken op de randzone van een nederzetting met één of twee boerenerven te wijzen, waarvan de kern vermoedelijk direct ten oosten van de werkgrens van het uitgevoerde onderzoek ligt: op het aangrenzende plangebied, waar de gemeente Echt-Susteren in de nabije toekomst een Randweg tussen tankstation Bosserhof en de Maasbrachterweg laat aanleggen. Ofschoon een afdekkende vondstlaag ontbreekt, zijn de middeleeuwse nederzettingsresten redelijk geconserveerd. De sporen reiken tot maximaal 55 cm diepte onder het sporenvlak. Ze bevatten relatief weinig materiaal, maar de vondsten zijn wel redelijk tot goed geconserveerd. Dit geldt vooral voor de duurzame
materialen zoals natuursteen en aardewerk. Waardering van monsters met verkoolde resten heeft ook archeobotanische resten opgeleverd die bij analyse een goed beeld kunnen geven van de voedseleconomie van de bewoners.

De neolithische vindplaats is zodanig sterk verstoord, dat bescherming of aanvullend onderzoek in de vorm van een opgraving geen zin heeft. De laatmiddeleeuwse vindplaats is wel redelijk tot goed bewaard en wordt bij de toekomstige inrichting van het plangebied bedreigd. Indien bescherming in situ niet mogelijk is, verdient het dan ook aanbeveling om de archeologische waarden op te graven en ex situ voor het nageslacht vast te leggen en te bewaren.

 

Profiel met pollenbakken in proefsleuf 2

Profiel met pollenbakken in proefsleuf 2