home home
Project/

Oss Zevenbergen
Onderzoek op het archeologisch monument Paalgraven
back
download pdf Download Archol rapport
In de periode maart tot september 2004 is door de Faculteit der Archeologie van de Universiteit leiden en ArchOL bv in de gemeente Oss onderzoek uitgevoerd in een gebied dat bekend staat onder de naam Zevenbergen, een wettelijk beschermd archeologisch monument. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Rijkswaterstaat, directie Noord-Brabant, in het kader van de aanleg van de A50.
De Zevenbergen vormden al eerder het onderwerp van onderzoek door de Universiteit Leiden, in 1964 en 1965. Daarbij werd vastgesteld dat zich in het terrein zeven grafheuvels bevonden. Twee daarvan werden onderzocht, de overige werden uiteindelijk als monument beschermd.

Het huidige onderzoek van dit wettelijk beschermde monument moest plaatsvinden omdat het gebied door een uitbreiding van de A50 deels aangetast en voor het overige moeilijk bereikbaar zou worden. Onderhoud was daardoor vrijwel niet meer mogelijk. Het onderzoek vond in twee fasen plaats. Eerst vond een verkenning en waardering plaats door middel van proefsleuven (hoofdstuk 5). Daarbij werd geconstateerd dat het grootste deel van de heuvels in meer of mindere mate verstoord was, maar dat desondanks voldoende redenen voor verder onderzoek aanwezig waren. Bovendien werd vastgesteld dat zich in het terrein tenminste een palenrij bevond van meer dan 100 m lang. De resultaten van het vooronderzoek leidden tot opstelling van een nieuw PvE voor de uitvoering van een opgraving.

De opgraving werd vervolgens in de zomer van 2004 ondernomen (hoofdstuk 6). Alle heuvels, behalve heuvel 7, werden opgegraven en gedocumenteerd. Heuvel 7 bleef ononderzocht omdat zich daarin dassen bevonden. Een terrein van 50 m rond het centrum van de heuvel was daarom niet toegankelijk.
Drie heuvels bleken aangelegd in de vroege of het eerste deel van de midden-bronstijd (heuvel 4, heuvel 2, heuvel 6). Alle werden ze in de periode (direct) daarop volgend opnieuw opgehoogd, uitgebreid of gebruikt voor nabijzettingen. Alleen in heuvel 2 en heuvel 6 zijn in het centrum (graf)kuilen aangetroffen. Een grote grafkuil onder heuvel 2 bleek geen herkenbare dode of bijgaven te bevatten, in heuvel 6 was in het primaire graf nog het silhouet van een dode in gestrekte houding zichtbaar. Bijgaven ontbraken. Heuvel 2 was in twee fase opgehoogd met plaggen. Beide ophogingen vonden plaats binnen palenkransen.
In de late bronstijd, of in de vroege ijzertijd werden opnieuw monumenten aangelegd (heuvel 8 en heuvel 1). Het gaat daarbij om langgerekte monumenten, langbedden, waarvan alleen in heuvel 6 (na) bijzettingen zijn aangetroffen.
In de vroege ijzertijd, vermoedelijk in de periode HaC, werd ten slotte een grote grafheuvel opgeworpen met een doorsnee van 30 m en een hoogte van meer dan 100 cm (heuvel 3). De heuvel was omgeven door een wijdgestelde palenkrans. In het centrum van de heuvel lag een groot fragment van een verbrande eik van meer dan 200 jaar oud, een enkel crematiefragment, en enkele delen van metalen voorwerpen. Het gaat hierbij om een zogenaamde pars-pro-totobijzetting die gedateerd werd in de vroege ijzertijd, mogelijk HaC. Het graf kan daarmee gelijktijdig geweest zijn met het Vorstengraf van Oss dat ruim driehonderd meter verder westelijk gevonden werd. Ten zuiden van heuvel 3 lagen vijf kringgreppels die vermoedelijk uit dezelfde periode dateren. Ze zijn veel kleiner (maximaal 9,5 m in doorsnee) en slechts twee ervan bevatten nog crematieresten en resten van een urn. In deze periode werden ook oudere grafheuvels gebruikt voor het bijzetten van urnen. Onder meer in heuvel 2 werd dicht bij het centrum een urn bijgezet met de resten van een – naar het gewicht van de crematieresten te oordelen – grote vrouw. Op de crematieresten lag een slijpsteen en in het packet werden nog andere bijgaven van bot en steen ontdekt.
Vermoedelijk werden ook in deze periode de vijf palenrijen van verschillende orientatie en lengte aangelegd die rond de heuvels zijn aangetroffen. Een ervan was meer dan 100 m lang. De rijen lijken het grafveld in stukken te verdelen, zonder dat aantoonbaar van afscheidingen sprake is. De afstand tussen de palen bedraagt 2 m of meer. Drie van de rijen zijn met kleine rechthoekige structuren geassocieerd die in nederzettingen als spiekers zouden kunnen worden geinterpreteerd. In de context van het grafveld is die functie ook mogelijk, maar dan als een verwijzing naar opslag, niet als een economische functie. Hoewel directe aanwijzingen voor datering ontbreken wordt in hoofdstuk 6 geconcludeerd dat deze palenrijen in de vroege ijzertijd zijn aangelegd. Na de vroege ijzertijd werd het grafveld niet langer als zodanig gebruikt.
Pas in de late middeleeuwen krijgt het terrein opnieuw een min of meer actieve rol. Op heuvel 2 wordt vermoedelijk in de 13e eeuw na Chr. Een galg opgericht. Aan de voet van de heuvel zijn drie grafkuilen gevonden waarvan er twee nog determineerbare skeletresten bevatten (hoofdstuk 6, 12). Het gaat om een jonge man en een jonge vrouw. van de eerste waren de handen mogelijk op de rug gebonden. Deze graven zijn geinterpreteerd als de graven van gehangenen. De galg stond langs een doorgaande route (karrenpad) over de heide op een kruispunt van wegen, in die tijd geen ongebruikelijke plaats voor een galgenberg of galgenveld. In ongeveer dezelfde periode werd even ten oosten van het grafveld, juist op een plaats waar een oud Maasterras voor een markant hoogteverschil leidt, de grens tussen de Meierij Maasland en het hertogdom Gelre verdedigd met een landweer (hoofdstuk 7). Dergelijke landweren bestonden uit rijen puntige palen met grachten erlangs en mogelijk doornhagen erbinnen die tot doel hadden ruiterbenden te weren. De landweer kon over een afstand van enkele tientallen meters worden vervolgd en sluit aan op waarnemingen uit 1978 en vermoedelijk ook op een geheel vergelijkbare landweer die ten zuiden van het aangrenzende Berghem loopt.
Het onderzoek van het grafveld Zevenbergen heeft zo inzicht gegeven in de lange-termijngeschiedenis van een voor de oorspronkelijke bewoners heel bijzonder gebied. Het ruim 300 verder westelijk gelegen grafveld Oss-Vorstengraf vormt samen met Oss-Zevenbergen en mogelijk met de Vorssel een langdurig gebruikt prehistorisch dodenlandschap met een lange geschiedenis. Het is vermoedelijk een grafveld met een bijzondere betekenis voor een aantal lokale gemeenschappen samen. Een begraafplaats van regionale betekenis waarin in de vroege ijzertijd in ieder geval een, maar vermoedelijk enkele van de belangrijkste personen uit de streek zijn begraven.
Ingetekende plaggen van heuvel 3

Ingetekende plaggen van heuvel 3  

De gehangenen

De gehangenen  

Het weghalen van boomstammen met behulp van paarden

Het weghalen van boomstammen met behulp van paarden  

overzicht opgraving

overzicht opgraving  

rondvlucht