home home
Project/

Nederzettingssporen uit de bronstijd en ijzertijd langs de snelweg tussen Culemborg en Deil
Een archeologische begeleiding en opgraving in het kader van de verbreding van de A2
back
download pdf Download Archol rapport


Wanneer we de resultaten van de verschillende onderzoeken bij elkaar leggen, valt op dat de meeste nederzettingssporen en dan met name diegene die met (mogelijke) huisplaatsen zijn te associëren, zich concentreren op de hoge zandige rug van de Schaikse stroomgordel.
Een belangrijk resultaat van het onderzoek komt voort uit de vondsten. Eerder is uit 14C-dateringen van houten palen gebleken dat de vindplaats intensief bewoond werd in de overgang van de late bronsttijd naar de vroege ijzertijd. De vondsten uit het onderhavige onderzoek vervroegen de aanvang van de intensieve bewoning naar de eerste helft van de late bronstijd. De vindplaats is dus waarschijnlijk continu bewoond geweest over een periode van ongeveer 200 jaar, vanaf de 10e tot aan de 8e eeuw v.Chr. Tevens is met zekerheid vastgesteld dat de locatie gedurende de midden-bronstijd (tijdelijk) in gebruik genomen is. Enkele kuilen vormen het enige bewijs hiervoor. Of deze kuilen aan bewoningsactiviteiten gekoppeld dienen te worden blijft vooralsnog onduidelijk.
Naast kuilen en mogelijke gebouwplattegronden, komen op vindplaats 6/7 ook enkel- en dubbelgestelde stakenrijen voor. Opvallend is dat de stakenrijen zowel tussen de sporen van de nederzettingskern voorkomen als meer aan de rand en daarbuiten. Mogelijk gaat het om resten van hekwerken die dienden voor het omheinen van erven en akkerpercelen of weiland.