Bij het graven en documenteren ben je vooral bezig met de herkenbare zaken: sporen die veel en herkenbaar aardewerk opleveren en in enig verband een huisplattegrond vormen. Van daaruit denk je verder. Er blijven ook zaken in je achterhoofd zitten. Sporen die niet 1-2-3 te verklaren zijn, maar die wel een enkele keer opduiken. Op het terrein zijn nu verschillende oranje-rood gekleurde kuilen opgemerkt. Ze zijn tussen de 50 cm en 1 meter diep, maar vooral vondstloos. We zijn ze ook elders in dit deel van Nederland tegengekomen. In Cuijk bijvoorbeeld, waar we vanaf 2000 hebben gegraven. Ze dateren daar vermoedelijk uit het laat-neolithicum (2500-2000 voor Chr.: de late bekertijd). In demeest oostelijke put (16) bevond zich ook een dergelijke kuil en deze leverde een dateerbare scherf op: een randfragment van een laatneolithische klokbeker. Maar wat ze voorstellen?
In het zuidelijk deel van het hoofdterrein kwamen we nog de loopgraven tegen die als duidelijke recente verstoringen in het vlak zichtbaar zijn. We weten nu ook dat ze nooit zijn gebruikt.
In het noordwestelijk deel van het terrein, bij de snelweg, komen we nu ook laatmiddeleeuwse en recentere sporen tegen: oude sloten die de percelen begrensden, maar ook karresporen. Ze lopen daar van west naar oost, als of ze de ventweg van de A15 willen vormen.
Tenslotte leveren de beide gazonnetjes aan weerszijden van de toegangsweg een dubbel niveau op. Bovenin bevinden zich ontginningsgreppels en spitsporen die mogelijk verband houden met akkers die daar hebben gelegen in de middeleeuwen of later. De 30 cm brede ontginningsgreppels liggen op 1,5 m van elkaar met daartussen tot vier banen schopsteken. Het greppelsysteem lijkt in één fase te zijn aangebracht; oversnijdingen zijn er niet. We moeten hier nog naar het prehistorische niveau dat hier dieper ligt. De eerste sporen leverden wederom aardewerk uit de ijzertijd (en vermoedelijk ook bronstijd) op.
Vier weken onderzoeken we een terrein dat na de ijzertijd pas weer gebruikt lijkt te zijn geweest aan het einde van de 60-er jaren van de vorige eeuw toen het ziekenhuis werd gebouwd. Nu weten we ondertussen dat we ook met oudere resten rekening moeten houden en zien we een middeleeuws of nieuwtijds landschap voor ons met akkertjes gescheiden door greppels, waar mensen met een hak of schop bezig zijn, terwijl een kar voortgetrokken door os of paard op de toemalige weg voorbijrijdt.
. |