weekverslagen

x
   Terug :: week 29-30 :: week 31 :: week 32 : week 33: week 34: week 35-36: week 37
 
Week 31
 

foto J.W. Dimmendaal ©

 

© Archol bv

 

© Archol bv

  Week 31

We zijn in week 3 verder gegaan met het vrijleggen van het oude nederzettingsterrein uit de (vroege) ijzertijd. Niet overal bevinden zich sporen van bewoning. Dat is ook te verwachten voor deze periode. In de vroege ijzertijd blijft men doorgaans niet langer dan 50-75 jaar op één plek, verlaat men het oude erf om ergens anders weer een erf in te richten en een huis te bouwen. Wat we dus zien in het vlak zijn resten van één huis, enkele bijgebouwen en kuilen. De huizen liggen ook niet bij elkaar, maar telkens op enige afstand van elkaar en mogelijk wonen tegelijkertijd maar twee of drie families in het gebied. Van een dorpje of gehucht mogen we dus in deze periode nog niet spreken. Bij een opgraving als deze zoeken we dus naar clusters van paalsporen en kuilen om vervolgens naar huisplattegronden te speuren. Vinden we een huisplattegrond dan spreken we van een huisplaats of een erf.

Deze week is de huisplaats die in week 30 is ontdekt in put 5 verder afgebakend en begrensd. De grotere spoordichtheid bevindt zich vooral bovenop een dekzandrug die in grote lijnen zuidoost-noordwest over het terrein loopt. Een waterput in put 10, die nog slechts voor de helft is vrijgelegd, bevindt zich op een lager deel van het terrein ten westen van de dekzandrug. Een tweede waterput (in put 2) ligt ook op een lager deel van het terrein.

Bovenop de dekzandrug zijn behalve de huisplaats in put 5 ook twee andere locaties aan te wijzen waar we denken aan huisplaatsen. In het zuidelijk deel van put 2 en in het centrale deel van put 11 zijn paalsporenclusters aangetroffen te midden van enkele kuilen. In deze clusters zijn (nog) huisplattegronden herkend.

De sporen leveren tot nu toe uitsluitend materiaal uit de vroege ijzertijd op (800-500 voor Chr.). Vooral de kuilen zitten vol met aardewerkscherven en fragmenten van natuursteen en werktuigen. Het aardewerk is over het algemeen bedekt met een ruw kleilaagje dat we besmijting noemen. Een klein deel van het aardewerk is versierd met vingertopindrukken, indrukken van een spatel of groevenlijnen. Een klein miniatuurpotje en een fragment van een lepeltje van aardewerk zijn bijzonder.

Volgende week hopen we dit deel van het terrein af te werken en ons te verplaatsen naar het noordwestelijk deel.