Heiloo-Zuiderloo

Archeologische opgraving Heiloo-Zuiderloo

Zuiderloo is een nieuwe woonwijk in ontwikkeling aan de zuidelijke rand van Heiloo, tussen de Vennewatersweg en de Spanjaardslaan. Het is een archeologisch rijk gebied en om te voorkomen dat de archeologische resten tijdens de bouw van de woonwijk ongezien verdwijnen, doen archeologen al sinds 2008 met ondersteuning van vrijwilligers van Stichting Baduhenna en Oud Castricum, hier in opdracht van de gemeente Heiloo archeologisch onderzoek. Daarbij kwamen vooral sporen en vondsten uit de late prehistorie en Romeinse tijd aan het licht. De afgelopen jaren is vooral gegraven in het noorden en midden van het plangebied. Vanaf 17 april richten de archeologen van Archol hun pijlen op het zuiden, op de deelgebieden Middenduin en Deelplan 3.

Opgravingsblog 6

Een stap terug in de tijd

Een vondst die we nog even voor ons hebben gehouden is letterlijk een afdruk uit een ver verleden. Het oplettende oog van collega Michael Steenbakker viel twee weken geleden op een lichtgele verkleuring in de donkergrijze vulling van een spoor uit de bronstijd. Nadat de vlek voorzichtig met een schep werd opgeschaafd werden de contouren zichtbaar van een mensenvoet. De voet moet duizenden jaren geleden een stuk in de ondergrond zijn weggezakt, waarna de afdruk zich heeft opgevuld met licht duinzand. Dit zorgde voor een scherp contrast tussen de afdruk en de omliggende ondergrond.

In overleg met de gemeente Heiloo is besloten om de voetafdruk te behouden. Het is weliswaar niet de eerste keer dat in Zuiderloo een menselijke voetafdruk is gevonden maar dit exemplaar is wel erg bijzonder om zijn ouderdom (waarschijnlijk ca. 3500 jaar) en de puntgave conditie van het spoor. Bijzonder is ook dat het hier mogelijk om een voetafdruk van een linkervoet met schoen gaat. We weten dat mensen in de bronstijd schoenen droegen omdat deze ook zijn teruggevonden. Een bekend prehistorisch exemplaar is de schoen van de ‘ijsmummie’ Ötzi (ca. 2300 v.Chr) uit de Italiaanse Alpen. Een voorbeeld uit Nederland is gevonden bij het restant van een veenlijk uit Emmen-Erfscheidenveen (Drenthe, ca. 1400 v.Chr.). In beide gevallen zijn de schoenen gemaakt van hertenleer.

Specialisten van ArcheoCare uit Maarssen hebben het spoor in zijn geheel uit de grond kunnen halen door er een metalen plaat onder te schuiven en een op maat gemaakt metalen frame omheen te plaatsen. Vervolgens is de “plak” grond met de voetafgdruk meegenomen naar het restauratieattelier van ArcheoCare. Daar is het spoor en de omliggende grond geïmpregneerd met een speciaal middel dat alle zandkorrels bij elkaar houdt. Hierdoor zal het in de toekomst mogelijk zijn om de voetafdruk, die eigenlijk bestaat uit los duinzand, te bewaren en eventueel tentoon te stellen.

Bekijk de voetafdruk nu alvast in 3D op de Sketchfab pagina van Archol: https://skfb.ly/6SRIA

Afb. 1: De voetafdruk zoals deze in het opgravingsvlak werd aangetroffen (links) en in detail (rechts). De afdruk ligt in een kleine laagte waarin ook huishoudelijk afval van een naastgelegen huisplaats is aangetroffen. Stukjes houtskool zijn op de foto als zwarte vlekken te herkennen. Nader onderzoek naar deze sporen zal hopelijk meer informatie opleveren over de ouderdom van de afdruk.

Afb. 2.: Het moment waarop de op maat gemaakte metalen bak over de afdruk wordt geplaatst. Nadat deze ongeveer 15 cm diep is ingedrukt is er een metalen plaat ondergeschoven, waarna het spoor is gelicht. Het spoor is intact naar een restauratieatelier gebracht waar het momenteel wordt geconserveerd.

 

-----------------------------------------------------

Opgravingsblog 5 

Topvondst! Tijdens het onderzoek naar de prehistorische bewoningssporen in Deelplan 3 is in de vulling van een diepe, grote kuil een bijzonder object gevonden. Het gaat om een grote dissel die is gemaakt van een fors stuk gewei (afb. 1). Een dissel is een soort bijl waarbij het snijvlak dwars op de steel staat. Opvallend is dat de dissel aan beide uiteinden een snijvlak lijkt te hebben. Bijzonder is ook dat een deel van de houten steel nog aanwezig is. Het uiteinde ervan lijkt tot een knop te zijn bewerkt. Ook heeft men het werktuig met een houten wig naast de knop vastgezet. Nader onderzoek naar bijvoorbeeld bewerkings- en gebruikssporen en de houtsoort van de steel levert ongetwijfeld meer informatie op over dit voorwerp, dat zeer waarschijnlijk uit de bronstijd dateert.

Afb. 1: De dissel van gewei zoals deze in het spoor is gevonden (links). Het voorwerp is uitvoerig gefotografeerd, waardoor er een digitaal 3D-model van gemaakt kan worden. Na lichting (rechts) is het voorzichtig afgespoeld waardoor de eerste bewerkingssporen en de steel gooed zichtbaar zijn geworden. De steel is aan de onderzijde langer geweest maar het resterende deel is niet aangetroffen. 

Een andere topvondst is een groep vuursteenknolletjes die direct naast een kleine natuurlijke depressie zijn gevonden (afb. 2). De stenen lagen dicht op elkaar gepakt in een klein kuiltje die amper te herkennen was in het vlak. Vuursteenknollen zijn stukken onbewerkt vuursteen die als grondstof dienden om werktuigen van te maken. Ze werden met name gevonden langs de stranden of op plekken waar ze door gletsjerijs zijn achtergelaten, zoals bijvoorbeeld op Wieringen. Bijzonder is dat 7 van de 8 knollen een kleine afslag vertonen. Hierdoor wordt de kwaliteit van het vuursteen goed zichtbaar. Is het een voorraad geweest van een vuurteensmid? En zijn ze expres nabij een lage, natte plek in het duinlandschap achtergelaten? Ook deze stukken gaan we in de toekomst nader bestuderen om hier meer over te weten te komen.

Afb. 2.: Het groepje vuursteenknolletjes zoals aangetroffen in het vlak (links) en in gewassen toestand (rechts). Opvallend is dat 7 van de 8 knollen een klein afslagje vertonen. Die afslag is doelbewust door een mens aangebracht. Waarom dat zo is kan toekomstig onderzoek naar deze voorwerpen hopelijk duidelijk maken.

Deze week wordt het onderzoek voor een groot deel afgerond. Aan het eind van de zomer zullen de archeologen nog terug komen op de plek waar nu oeverzwaluwen broeden. Wanneer die weer richting Afrika zijn vertrokken voor hun overwintering kan het laatste deel van het onderzoeksgebied worden onderzocht.

 

-----------------------------------------------------

Opgravingsblog 4 

De archeologen hebben zich de afgelopen dagen gericht op enkele plekken met prehistorische sporen in Deelplan 3. Hierbij is een steeds gedetailleerder beeld verkregen van de prehistorische nederzetting die hier op het oude duin aanwezig is. Op het noordelijk deel van het duin is een grote gebouwstructuur aangetroffen, waarschijnlijk van een boerderij. Ten zuiden ervan zijn meerdere groepjes van paal- en staaksporen ontdekt. De paal- en staaksporen maken deel uit van (bij)gebouwtjes en hekwerk.  

Op de flanken van het duin zijn in het hele gebied cultuur- en akkerlagen gevonden. Deze worden in de wand van de opgravingsputten, waar de lagen zich in doorsnede duidelijk in de top van het duinzand aftekenen, nauwgezet ingemeten, getekend en gefotografeerd. Om meer te weten te komen over de achtergrond van deze lagen worden ze niet alleen in het veld gedocumenteerd maar worden er ook grondmonsters van genomen. Deze grondmonsters worden later in ons laboratorium  met een microscoop onderzocht. De akkerlagen bevatten namelijk vaak sporen van stuifmeel (pollen) en klein vondstmateriaal. Die resten kunnen ons bijvoorbeeld iets vertellen over de gewassen die erop geteeld werden en over de wijze waarop de akkers in de prehistorie werden bemest. Aan de hand van 14c -dateringen van verkoolde zaden uit de akkers hopen we daarnaast te kunnen achterhalen hou oud deze precies zijn en of ze bijvoorbeeld gelijktijdig zijn met akkers die bij eerder onderzoek in de omgeving zijn ontdekt.

Afb. 1: In het vlak zijn, parallel aan de rood-witte jalons en gemarkeerd door de witte spoorkaartjes die erin zijn geprikt,  de donkere vlekken zichtbaar van twee rijen paalsporen (links). Ze vormen waarschijnlijk de resten van dakdragende palen van een prehistorische boerderijen. Rechts zijn de paalsporen en de gereconstrueerde omvangs van de boerderij te zien op de digitale veldtekening.

 

Afb. 2: De verschillende lagen worden in het profiel van de opgravingsput ingetekend en beschreven. De trechtervormige sporen zijn resten van ‘moesbedden’ (grondverbeteringskuilen). 

 

Afb. 3: Nadat de verschillende lagen zijn gedocumenteerd worden er op diverse plekken stalen bakken in het profiel geslagen. Deze bakken worden ‘pollenbakken’ genoemd. Hierin blijft een deel van de lagen bewaard zodat ze op een later tijdstip kunnen worden gedateerd of onderzocht op botanische resten. Op de buitenkant van de pollenbak wordt het spoornummer en de grens van de lagen geschreven.

-----------------------------------------------------

BLOG 3

De afgelopen dagen is er hard gewerkt door de archeologen in Deelplan 3 langs de Vennewatersweg. Hierin is tot nu toe in 2 werkputten onderzoek gedaan op een diepte waarin zich sporen uit de prehistorie aftekenen. En die hebben we gevonden!

Langs de Vennewatersweg is het restant van een prehistorisch duin aangetroffen. Dit duin was al bekend uit eerder onderzoek en blijkt veel groter dan aanvankelijk gedacht werd. Op het duin vinden we sporen die dateren in de bronstijd (ca. 1500 tot en met 800 voor Chr.). Een deel van het duin wordt nog bedekt met prehistorische akkerlagen. Onder deze lagen tekenen zich de sporen van een eergetouw af. Een eergetouw is een soort ploeg waarmee kruislings voren in een akker werd getrokken. 

Afb 1: Een voorbeeld van een eergetouw getrokken door twee runderen (ijzertijdboerderij.wordpress.com).

Doordat er in de prehistorie op meerdere momenten zand over de akkers is gestoven en dit stuifzand vervolgens weer is bewerkt, tekenen deze lagen zich als een ware ‘spekkoek’ af in de ondergrond. In en voornamelijk onder de akkerlagen vinden we sporen van een nederzetting. Het gaat met name om rijen van staken die hekwerken hebben gevormd om bijvoorbeeld akkers of een erf af te scheiden, of om te zorgen dat vee niet weg kon lopen. Daarnaast hebben we ook sporen van grotere palen gevonden die mogelijk onderdeel uitgemaakt hebben van boerderijen. Om erachter te komen of dit klopt en hoe die er dan uit gezien hebben moeten we nog even doorgraven. Hopelijk kunnen we jullie hier de volgende keer meer over vertellen!

 

Afb2: In het profiel van de opgravingsput aan de Vennewatersweg zijn de prehistorische akkerlagen goed te zien: het zijn de donkerbruine en grijze horizontale lagen die boven en onder worden gescheiden door geel duinzand. Hierin zijn ook de sporen van greppels te zien; komvormen die in en onder de akkerlagen hangen.

 

Afb3: De ‘eergetouwkrassen’ steken duidelijk af als donkerbruine diagonale lijnen in het lichte duinzand.

 

Afb4: Tijdens het onderzoek worden alle grondsporen onderzocht op diepte en inhoud. Hier is een deel van een stakenrij te zien. De staken zijn te herkennen als langwerpige donkergrijze verkleuringen in het lichtgele zand.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

BLOG 2

Afgelopen vrijdag is gestart met onze archeologische werkzaamheden in Zuiderloo. Het ketenpark is ingericht zodat de archeologen de komende weken ter plekke kunnen beschikken over voldoende opslagruimte voor hun materiaal. Daarnaast is een ruime schaftkeet aanwezig waar met inachtneming van de coronamaatregelen gewerkt kan worden. Op het gebied van duurzaamheid zal er gewerkt worden met een groene aggregaat, die zijn opgewekte stroom opslaat in een grote accu. Ook maken we gebruik van een energiezuinige werkbus en graafmachine.

Tijdens het aanleggen van de eerste opgravingsputten zijn veel sporen gevonden uit een recent verleden. De restanten van zogenaamde ‘moesbedden’, langwerpige kuilen die door tuinders gegraven werden om de zandige duingrond te verbeteren, worden volop aangetroffen. Tussen deze recente sporen vinden we af en toe greppels en paalsporen uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. Na het documenteren van dit sporenniveau zal er dieper worden gegraven tot op het niveau waarop zich de prehistorische sporen bevinden. De eerste hiervan zijn inmiddels aangetroffen en stammen uit de bronstijd (circa 1500 voor Chr.). Hierover hopen we jullie in het volgende blog meer te kunnen vertellen!

Een informatiebord op de kruising Vennewatersweg-Haagbeuk voorziet voorbijgangers van informatie over de opgraving en specifieke coronamaatregelen.

Sporen van moesbedden tekenen zich af als rechthoekige bruingrijze vlekken in het donkergele duinzand.

 

BLOG 1

In het kort: Zuiderloo in de late prehistorie, Romeinse tijd en middeleeuwen

Het plangebied Zuiderloo ligt op de strandwal die zich van Limmen via Heiloo naar Alkmaar uitstrekt. Deze strandwal, een oude kustlijn, is rond 1900 voor Chr. ontstaan en bestaat uit strand- en duinafzettingen. De strandwal liep vanaf de late prehistorie als een hoge en droge rug door een verder vrij nat landschap. Het plangebied ligt op de oostelijke flank van de strandwal waar deze geleidelijk overging in een lager gelegen veenmoeras.

Het plangebied is in verschillende perioden door boeren bewoond. Tot nu toe zijn globaal twee bewoningsniveaus vastgesteld, die van elkaar zijn gescheiden door een laag duinzand. Het oudste bewoningsniveau dateren we in de midden- en late bronstijd (circa 1800 – 1000 voor Chr.). Uit deze bewoningsfase stammen boerderijen, resten van akkers en enkele grafheuvels. De jongste bewoningsfase omvat vooral sporen uit de late ijzertijd en Romeinse tijd (circa 250 voor Chr. – 250 na Chr.). Het gaat om akkerlagen en diep ingegraven waterputten. De bijbehorende boerderijen hebben hoger op de strandwal gelegen, maar de sporen ervan zijn daar door latere graaf- en ploegactiviteiten inmiddels verdwenen. Tot de jongste bewoningsfase behoren ook enkele perceelsgreppels uit de late middeleeuwen (12e / 13e eeuw). In dit tijdvak bestond het plangebied uit akkers en weiland.

Het onderzoek in Middenduin en Deelplan 3

Het onderzoek in Middenduin en Deelplan 3 focust op een duin en een aangrenzend moerassig gebied, ten noorden van de Vennewatersweg. Tijdens eerdere opgravingen is een deel van het duin en omgeving reeds blootgelegd. Er zijn toen op en nabij het duin een boerenerf uit de bronstijd en een waterput uit de Romeinse tijd aangetroffen. In het omliggende moeras bleken allerlei bijzondere voorwerpen te zijn achtergelaten, zoals vuurstenen sikkels en een bronzen bijlen.

Impressie van een boerenerf uit de bronstijd met op de voorgrond een opslagschuurtje voor de oogst en op de achtergrond een grote woonstalboerderij. Resten van een vergelijkbare boerderij zijn ten zuiden van de Krommelaan aangetroffen. Van de boerderij zelf was niets meer over; wat resteerde was een plattegrond van kuilen waarin de palen van het skelet van de boerderij waren ingegraven. De boerderijen uit de bronstijd waren grote woonstalhuizen waarin een boerengezin met het vee onder één dak leefde

 

De bronzen hielbijl van Zuiderloo. Nabij de boerderij uit de bronstijd, op de overgang van een duin naar een moerassige laagte, is in een veenlaag een 20 cm lange bronzen hielbijl gevonden. Het gaat om een hielbijl van een type dat bekend is uit de midden-bronstijd (circa 1200 voor Chr.) en vermoedelijk in Frankrijk is gemaakt. Vermoedelijk is de hielbijl bewust ongebruikt in het moeras achter gelaten. Ook uit andere delen van Nederland kennen we ongebruikte bronzen bijlen die in “natte” plekken (vennetjes, waterlopen en veenlagen) zijn aangetroffen. Deze vondsten worden vaak als een “offer” of  “rituele depositie” geïnterpreteerd. De hielbijl van Heiloo-Zuiderloo is voor Noord-Hollandse begrippen een uniek vondst.

 

 

Doorsnede van een waterput uit de Romeinse tijd. De schacht van de put bestaat uit plaggen; in de vulling is een aardewerken pot te zien..