Procesbegeleiding

Archol: spil in het archeologisch proces
Sinds de invoering van het Verdrag van Malta in onze Nederlandse wetgeving in 2007 is archeologie een vast onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. Het archeologisch proces kan in de praktijk behoorlijk complex zijn. Er is sprake van een interactie tussen verschillende belanghebbenden, ieder met zijn/haar verplichtingen, eisen en wensen.
Het is daarom zaak om met hulp van een kundige partij het proces vlot te laten verlopen, zodat alle betrokken partijen weten wat ze van elkaar mogen verwachten. Iedereen moet op een goede manier worden geïnformeerd. Het proces moet daarnaast beheersbaar blijven. Het van te voren in kaart brengen van de risico’s is van essentieel belang.
Archol biedt haar jarenlange ervaring en deskundigheid aan om passende oplossingen aan te bieden door het geven van adviezen, opstellen van een risico-inventarisatie, aangeven van kansen voor een stakeholder, opstellen en/of toetsen van een PvE en directievoering. Archol levert maatwerk en helpt om uiteenlopende belangen tegen elkaar af te wegen en de juiste keuzes te maken. Archol kan daarbij als spil fungeren in het archeologisch proces.

Het archeologisch proces
De zorg voor het bodemarchief is in Nederland onderdeel geworden van de ruimtelijke ordening en daarmee als ruimtelijke conditie ook onderdeel van de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening dient te worden gehouden met in het plangebied aanwezige archeologische waarden en verwachtingen.

Het archeologische proces, de zogenaamde Archeologische Monumentenzorg-cyclus (AMZ-cyclus) beschrijft een verzameling van meerdere stappen en formeel te doorlopen procedures. Het proces is onderverdeeld in drie hoofdstappen: de inventarisatie, de selectie, en te treffen beheersmaatregelen. Nadat men een indruk heeft gekregen van de wat er nog in de bodem rest (inventarisatie) worden er keuzes gemaakt op basis van de waarde die aan de aanwezige resten wordt toegekend (selectie) . Dit kan leiden tot de vaststelling dat iets niet waardevol genoeg is om er iets mee te doen (deselectie) of dat het behoudenswaardig is en dat er een vorm van archeologisch onderzoek plaats moet vinden ( beheersmaatregelen). In zeer uitzonderlijke gevallen zal er gekozen worden voor behoud in situ, waarbij de plannen voor het gebied wellicht aangepast moeten worden.

Door de gestegen belangstelling voor cultuur in het algemeen en erfgoed in het bijzonder, ontstaat er een nieuw perspectief voor erfgoed: benutting ervan kan ook gezocht worden in andere doeleinden dan  educatie of behoud. Erfgoed wordt steeds vaker vanuit economisch en maatschappelijk perspectief bekeken en wordt dan direct bij aanvang van ontwikkelingsplannen meegewogen, niet alleen als 'te regelen aspect' maar ook als inhoudelijke inspiratie, zichtbaar teruggebracht in de ruimtelijke leefomgeving. Als de opdrachtgever vroegtijdig in zijn planvorming indentificeert wie er belang kan hebben bij eventueel aan te treffen erfgoed, kan het risico op later verzet of vertraging wellicht eerder gezien worden als een kans op waardevermeerdering.